Over de FBC

De wet van 21 februari 2005 heeft een nieuw zevende deel in het Gerechtelijk Wetboek ingeschreven (art. 1724 tot 1737 Ger.W.) waarin de algemene beginselen van bemiddeling worden uiteengezet, voor zowel de gerechtelijke bemiddeling (dit is een bemiddeling  waarbij de rechter een bemiddelaar heeft aangesteld tijdens een reeds voor de rechtbank hangende procedure) als de vrijwillige bemiddeling (een bemiddeling op initiatief van de partijen opgestart voor, tijdens of na een gerechtelijke procedure).

 

Organisatorisch heeft de wet de Federale Bemiddelingscommissie aangesteld als centraal orgaan dat waakt over de ontwikkeling én de kwaliteit van de bemiddeling. Deze Federale Bemiddelingscommissie bestaat uit een algemene commissie met beslissingsbevoegdheid en drie bijzondere commissies die advies verlenen in de diverse toepassingsgebieden van deze wet: familiale zaken, burgerlijke- en handelszaken, en sociale zaken.

 

De Minister van Justitie stelt aan de Federale Bemiddelingscommissie het personeel alsook de middelen ter beschikking die nodig zijn voor haar werking.

 

Voor meer informatie kan u de volgende link raadplegen.