Rechtsbijstand

De wet van 21 februari 2005 betreffende de bemiddeling heeft erin voorzien om de mogelijkheid van rechtsbijstand te bieden voor elk bemiddelingstraject, zowel bij een vrijwillige als gerechtelijk bemiddeling (art.665,5° Ger.W.).

 

Voorwaarden

  • Belgische nationaliteit of gelijkgestelden  (voorwaarde m.b.t. de persoon van de aanvrager)
  • Minvermogend zijn of gelijkgestelden door vermoeden van onvermogen (voorwaarde m.b.t. inkomen van de aanvrager:  behoeftigs status)
  • Aanvraag d.m.v een verzoekschrift
  • Tussenkomst van een door de Federale Bemiddelingscommissie erkende bemiddelaar

Aanvraag: verzoekschrift en bewijs behoeftige status

Stukken

Een minvermogende kan rechtsbijstand aanvragen mits zijn behoeftige status kan bewezen worden aan de hand van volgende documenten:

  • de identiteitskaart
  • een recent bewijs van gezinssamenstelling (max 2 maanden oud),
  • een recent bewijs van het inkomen alsook dat van meerderjarige inwonende personen (max 2 maanden oud),
  • een recent bewijs van het vervangingsinkomen alsook dat van meerderjarige inwonende personen,
  • en voor zelfstandigen de BTW aangifte van het laatste kwartaal en het laatste aanslagbiljet

Of  bewijs dat je deel uitmaakt van de categorie van gelijkgestelde personen d.m.v. het vermoeden van onvermogen

  • beknopte uiteenzetting van de feiten die een bemiddelingstraject verantwoorden (bij een vrijwillige bemiddeling om de gegrondheid van de aanvraag te kunnen bepalen)
  • het ondertekend bemiddelingsprotocol (bewijs van opstart van een bemiddeling)
  • de gegevens van de erkende bemiddelaar

 Nadere informatie hierover vindt u op Belgopocket.

Minvermogend zijn:

Bedragen ter bepaling volledige of gedeeltelijke toekenning

De voorwaarden m.b.t het inkomen van de aanvrager  bepaald bij koninklijk besluit van 18 december 2003. De bedragen worden elk jaar aangepast aan de index.

 

Alleenstaanden

Volledige kosteloosheid:

max. € 942,00 netto/maand

Gedeeltelijke kosteloosheid:

tussen € 942,00 en € 1.210,00 netto/maand

      Gehuwde of samenwonende personen - Alleenstaanden met personen ten laste

Volledige kosteloosheid:

max. € 1.210,00 netto/maand (=gezinsinkomen)

 

+ 15% van het leefloon per persoon ten laste

( € 142,31 per persoon ten laste)

Gedeeltelijke kosteloosheid:

tussen € 1.210,00 en € 1.477,00 netto/maand=gezinsinkomen)

 

+ € 142,31 pp ten laste

Bedragen geldig vanaf  september 2013

KB van 19 augustus 2013, ter aanpassing van het KB van  18 december 2003 tot vaststelling van de voorwaarden van de volledige of gedeeltelijke kosteloosheid  van de juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand

 

Wat is het netto inkomen?

 

Alle beroepsinkomsten, kapitalen en inkomsten uit (on)roerende goederen telt men samen, met uitzondering van de kinderbijslagen.

 

Betaalde onderhoudsgelden worden van het inkomen afgetrokken, ontvangen onderhoudsgelden wordt bij het netto-inkomen geteld.

Met uitzonderlijke lasten (zware schulden, ernstig gehandicapte kinderen) kan het Bureau rekening houden. Gelieve bewijzen van deze lasten mee te brengen

Huurkosten, leningen, nutsvoorzieningen, telefoon en andere courante kosten worden niet in aanmerking genomen.

Als er beslag rust op je inkomsten, houdt men alleen rekening met je beschikbaar inkomen na het beslag.

Keuze voor een erkende bemiddelaar

Om te kunnen genieten van rechtsbijstand voor een vrijwillige of gerechtelijke bemiddeling, moet de bemiddeling gebeuren door een bemiddelaar erkend door de Federale Bemiddelingscommissie.

 Rechtsbijstand kan dus niet verleend worden voor de tussenkomst van een niet-erkend bemiddelaar.

 

Te volgen procedure

 

Verzoekschrift aan het Bureau voor Rechtsbijstand (BRB)

bij een vrijwillige bemiddeling

 

De persoon, die denkt aan de voorwaarden voor rechtsbijstand te voldoen, dient een verzoekschrift tot volledige of gedeeltelijke rechtsbijstand rechtstreeks in bij het BRB waar het conflict aanhangig zou zijn in een gerechtelijke procedure. Iedere rechtbank organiseert een BRB, met uitzondering van de politierechtbank en het vredegerecht.

 

Wanneer een cliënt hier niet zelfstandig toe in staat is dit zelf aanvragen, kan de bemiddelaar hem hiermee helpen. Wanneer de bemiddelaar advocaat is, gaat deze een andere advocaat inschakelen om het verzoekschrift voor rechtsbijstand in te dienen bij het BRB.

 Enkel de cliënt ondertekent het verzoekschrift.

Samen met het verzoekschrift worden de hierboven vermelde stukken toegevoegd.

 

Het BRB zal beschikken op basis van de stukken, doch kan het advies vragen van de Procureur des Konings, ofwel de aanvrager ter zitting oproepen om zijn aanvraag toe te lichten.

 

De beschikkingen van het BRB vatbaar voor beroep binnen de maand na betekening van de beschikking

 

Wanneer het BRB het verzoekschrift goedkeurt, stellen zij officieel de opgegeven bemiddelaar aan.

 

Verzoekschrift aan de rechter bij  een gerechtelijke bemiddeling

 

Gelijktijdig met het verzoek tot bemiddeling

 

De aanvrager kan zijn aanvraag tot rechtsbijstand gelijktijdig met het verzoek tot bemiddeling indienen voor dezelfde rechter aan wie hij het verzoek tot aanstellen van een bemiddelaar zou overmaken.

 De bemiddelaar krijgt hiervan bericht door het vonnis van de rechtbank, waarna hij de bemiddeling kan opstarten.

 

Per afzonderlijk verzoekschrift

 

Wanneer de vraag om rechtsbijstand niet gelijktijdig werd aangeboden met het verzoek om bemiddeling, zal de aanvraag bij afzonderlijk verzoekschrift moeten gedaan worden voor dezelfde rechter, die de bemiddeling bevolen heeft.

 

De bemiddelaar krijgt hiervan bericht door het vonnis van de rechtbank, waarna hij de bemiddeling kan opstarten.

 

Voor meer informatie lees:

 

*Thesisonderzoek studenten Karel de Grote Hogeschool  

(academejaar2011-2012)

 

*Stappenplan ( bijlage B)

 

*Model verzoekschrift