De basisvorming

De theoretische vorming van  het gemeenschappelijk gedeelte omvat minimaal de volgende onderwerpen:

 

1. Noties over conflict.

 

2. Kennismaking met bemiddeling.

  • analytische studie van de  verschillende minnelijke en gerechtelijke vormen van conflictoplossing, met daarbij inbegrepen de specifieke rollen van de juridische actoren met het oog op informatieverstrekking en verjaring;
  • definitie van bemiddeling;
  • algemene principes van bemiddeling;
  • kennismaking met beredeneerd onderhandelen.

 

3. Recht in verband met bemiddeling.

  • bemiddeling in Internationaal recht;
  • bemiddeling in Europees recht;
  • titel 9 van de wet van 18 juni 2018 en het zevende deel van het Gerechtelijk Wetboek;
  • verbintenissenrecht, contractenrecht, zakelijk recht in het kader van bemiddeling,  met inbegrip van o.a. het onderscheid tussen openbare orde, dwingend recht en aanvullende bepalingen;
  • aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht in het kader van bemiddeling
  • de administratieve, fiscale en sociale verplichtingen van een erkend bemiddelaar.

 

4. Sociologie in het kader van  bemiddeling.

 

5. Psychologie in het kader van bemiddeling en voor de bemiddelaar.

 

6. Communicatie in het kader van bemiddeling.

 

7. Deontologie en ethiek.

 

8. Het bemiddelingsproces.

  • van verzoek tot bemiddeling tot eventuele rechterlijke homologatie van het akkoord;
  • de rol van de bemiddelaar, inclusief het verschil tussen informeren en adviseren;
  • bijdrage en rol van de partijen, advocaten in de bemiddeling, experten en andere mogelijke tussenkomende partijen.
  • het beheer van het kader.

 

De verdeling van het aantal uren tussen de acht vermelde materies vervat in paragraaf 1 van het huidige artikel, wordt aan de vrije beoordeling van de vormingsinstanties gelaten. Zij beslissen in functie van hun doelpubliek en de gebruikte pedagogische methode.

 

De vormingsinstanties waken erover dat de inhoud van iedere vorming rechtstreeks verband houdt met bemiddeling en deze link met bemiddeling wordt voorzien in de verschillende lessen.

 

Het is aangewezen voor de vormingsinstanties dat minstens één  opleider-erkend bemiddelaar  de coördinatie van het gemeenschappelijk gedeelte van de vorming onder hen verzekert.

 

Opdat de kandidaat-bemiddelaars “het kennen, het kunnen en het zijn” zouden kunnen integreren,  is het aangewezen om niet meer dan 7 uur vorming (zonder pauzes) per dag te voorzien en het gemeenschappelijk gedeelte van de vorming te spreiden over meer dan 6 maanden.

 

De praktijkoefeningen georganiseerd in het kader van  het gemeenschappelijk gedeelte omvatten minimaal de volgende onderwerpen:

  1. De communicatievaardigheden;
  2. De vaardigheden op het vlak van onderhandelen;
  3. De stappen in een bemiddelingsproces;
  4. De vaardigheden op het vlak van het bemiddeling;
  5. De interventies in concrete situaties;
  6. De toepassing van de bemiddelingsprincipes;
  7. Rollenspelen en gevallenstudies.

 

Het volgen van een stage bij een erkend bemiddelaar van minstens 20u, waarbij deelgenomen wordt aan een volledig bemiddelingstraject, is aangewezen. De waardering en evaluatie van deze (actieve of passieve ) stage behoort tot de beoordelingsbevoegdheid van de erkende bemiddelaar.

 

Ter herinnering: om een erkenning te verkrijgen als bemiddelaar dient u zowel een basisopleiding (100u) als een specialisatiemodule (30/60u) met vrucht gevolgd te hebben.

 

De evaluatiemethode van de deelnemers aan  het gemeenschappelijk gedeelte wordt aan de vrije beoordeling gelaten van de erkende vormingsinstanties, in functie van hun doelpubliek en de gebruikte pedagogische methode.

 

Het is aangewezen dat de vormingsinstanties de roosters voor “Self-assessment voor de bemiddelaar” en “eindevaluatie van de kandidaat bemiddelaar”, opgesteld door de Federale Bemiddelingscommissie gebruiken.

 

Gelieve hierbij de beslissing met de nieuwe criteria van vorming terug te vinden.