De specialisatie

MODULE "BEMIDDELING IN FAMILIALE ZAKEN"

 

Het gespecialiseerd vormingsprogramma voor bemiddeling in familiale zaken bedraagt minimum 60 uur en omvat de volgende minimale onderwerpen:

 

* Minimale theoretische onderwerpen:

 

1. Recht

 

  1. Huwelijk, wettelijke samenwoning, feitelijke samenwoning;
  2. Echtscheiding en scheiding van tafel en bed, feitelijke scheiding;
  3. Financiële aspecten en aangelegenheden met betrekking tot de kinderen (bijvoorbeeld ouderlijk gezag, persoonlijke relaties, modaliteiten van huisvesting van de kinderen, onderhoudsverplichtingen, verdeling van het vermogen, procedures, fiscale en sociale aspecten, levensonderhoud, enz.);
  4. Onderhoudsverplichtingen tussen meerderjarigen;
  5. Huwelijksvermogensrecht en erfrecht;
  6. Gerechtelijke procedures in familiezaken.

 

2.  Psychologie en sociologie

 

  1. Psychologie en sociologie van families;
  2. Psychologische effecten van familiale conflicten (lijden, rouw, enz.);
  3. Familiale verhoudingen en -dynamieken (daaronder begrepen degene die voortvloeien uit de vooruitgang van de geneeskunde, meemoederschap, enz.);
  4. Bijzondere situaties: geweld binnen de familie, verslavingsvormen, interculturele dimensie, nieuwe vormen van ouderschap, enz.;
  5. Plaats van het kind, de jongere in de bemiddeling, enz. (waarde van het akkoord).

 

* Minimale praktische onderwerpen:

 

3. Bemiddeling in familiezaken 

 

  1. Specifieke vormen, begripsinhoud en oefeningen (onder meer echtscheiding en scheiding, ouderlijk gezag, huisvesting van de kinderen, recht op persoonlijke relaties, financiële aspecten (ten aanzien van de kinderen, de andere partner), verdeling van het vermogen, seniorenbemiddelling, intergenerationele bemiddeling, enz.);
  2. Bemiddeling in het kader van de familiale verhoudingen (genogram);
  3. Bemiddeling in bijzondere situaties: (gezinsherenigingen), geweld, mishandeling, verslaving, overlijden, culturele diversiteit, enz.;
  4. Bemiddeling en jeugdbescherming;
  5. Praktische oefeningen inzake bemiddeling in familiezaken;
  6. Kennismaking met internationale familiale bemiddeling.

 

MODULE "BEMIDDELING IN BURGERLIJKE ZAKEN"

 

Het gespecialiseerd vormingsprogramma voor bemiddeling in burgerlijke zaken bedraagt minimum 30 uur en omvat de volgende minimale onderwerpen:

 

* Minimale theoretische onderwerpen:

 

  1. Specifieke vragen van verbintenissenrecht in verband met bemiddeling (specifieke contracten: verkoop, mandeligheid, onderneming, architectuur, huur, enz.; burgerlijke aansprakelijkheid);
  2. Specifieke vragen van zakenrecht in verband met bemiddeling: (mede-)eigendom (waarbij inbegrepen de gemeenschap), erfdienstbaarheden, andere zakelijke rechten m.b.t. vastgoed, overschrijving op hypotheekkantoor, conflicten tussen buren (met inbegrip van de stedenbouwkundige aspecten van het geschil), enz.;
  3. Specifieke vragen van consumentenbescherming in verband met bemiddeling;
  4. Theorie en praktijk m.b.t. tussenkomende betalende derden(verzekeraar en anderen)

 

* Minimale praktische onderwerpen:

 

1. Specifieke kenmerken van interpersoonlijke bemiddelingen en collectieve bemiddelingen (groepsdynamiek, de  begrippen “leiderschap” en “macht”, delegatie van bevoegdheden, etc.);

2. Rol en beheer van de partijen;

3. Tussenkomst, rol en beheer van de raadslieden van partijen;

4. Tussenkomst, rol en beheer van de experten;

5. Tussenkomst, rol en beheer van andere mogelijke tussenkomende personen (derden, getuigen, enz.);

6. Praktische oefeningen inzake bemiddeling in burgerlijke zaken;

7. Kennismaking met internationale burgerlijke bemiddeling.

 

MODULE "BEMIDDELING IN ONDERNEMINGSZAKEN"

 

Het gespecialiseerd vormingsprogramma voor bemiddeling in ondernemingszaken bedraagt minimum 30 uur en omvat de volgende minimale onderwerpen:

 

* Minimale theoretische onderwerpen:

 

  1. Specifieke vragen van economisch recht en vennootschapsrecht in verband met bemiddeling;
  2. Contractuele relaties binnen de onderneming;
  3. De grens aan contractuele vrijheid binnen het economisch recht (beperkingen aan de mogelijkheid om een dading op te stellen);
  4. Vertegenwoordiging van rechtspersonen;
  5. Combinatie van geschillenoplossingsmethodes ter beschikking van de ondernemingen (bv. Med.-Arb., getrapte clausules,  enz.).

 

* Minimale praktische onderwerpen:

 

1. Specifieke kenmerken van de bemiddeling in ondernemingen (plaats van de bemiddeling, zittingen / sessies, machtposities, adviezen, caucus, meerpartijenoverleg, nieuwe technologieën, enz.);

2. Theorie en praktijk van de beredeneerde onderhandeling (herhaling);

3. Uitdrukking van emoties;

4. Rol en beheer van de partijen;

5. Tussenkomst, rol en beheer van de raadslieden;

6. Tussenkomst, rol en beheer van de experten;

7. Tussenkomst, rol en beheer van andere mogelijke tussenkomende personen (derden, getuigen, enz.);

8. Praktische oefeningen;

9. Kennismaking met internationale bemiddeling in ondernemingen.

 

MODULE "BEMIDDELING IN ARBEIDSRELATIES EN SOCIALE ZEKERHEID"

 

Het gespecialiseerd vormingsprogramma voor bemiddeling in arbeidsrelaties en sociale zekerheid  bedraagt minimum 30 uur en omvat de volgende minimale onderwerpen:

 

* Minimale theoretische onderwerpen:

 

  1. Noties van het arbeidsrecht (individueel en collectief), de sociale zekerheid en maatschappelijke integratie (bv. OCMW, uitkeringen voor gehandicapten, werkloosheid, ziekteverzekering, pensioen, uitkeringen, arbeidsongeval), rechten en verplichtingen van werknemers en werkgevers;
  2. Verzoeningsprocedure bij de arbeidsrechtbank en bemiddeling;
  3. De grenzen aan autonomie van de actoren binnen sociale geschillenoplossing;
  4. Verschillende dimensies in de arbeidsomgeving:
    • menselijk, individueel, subjectief (uitdrukking van emoties, enz.);
    • relationeel, de uitwisselingen tussen individuen of groepen van individuen;
    • materieel, structureel, tactisch;
    • milieu gerelateerd;
  5. De verschillende logica's van de actoren in de organisaties en de bedrijfscultuur;
  6. Welzijn op het werk (pesterijen, burn-out, enz.) en de arbeidsgeneeskunde;
  7. Interpersoonlijke en collectieve conflicten op het werk.

 

* Minimale praktische onderwerpen:

 

1. Groeps- en teamdynamiek in de arbeidswereld (interpersoonlijke, collectieve communicatie);

2. Naast elkaar bestaande paradigma’s (dynamische spiraal);

3. Terugkerend gedrag, grondbestanddelen, bronnen van conflicten op het werk;

4. Autoriteit en machtsverhoudingen;

5. Rol van de raadslieden van partijen bij de bemiddeling;

6. Bemiddeling in de arbeidsrelaties (voor – tijdens – na de procedure) – bijzondere technieken – interpersoonlijke aspecten van de communicatie;

7. Praktische oefeningen inzake bemiddeling in arbeidsrelaties;

8. Kennismaking met internationale sociale bemiddeling.

 

MODULE "BEMIDDELING IN OVERHEIDSINSTANTIES"

 

Het gespecialiseerd vormingsprogramma voor bemiddeling met de overheid bedraagt minimum 30 uur en omvat de volgende minimale onderwerpen:

 

* Minimale theoretische onderwerpen:

 

  1. De objectieve  “bemiddelbaarheid” van conflicten met de overheid (domein van bemiddeling, grenzen aan wettelijkheid van akkoorden);
  2. Veranderingen in de verhouding tussen de administratie en de burger (meer horizontale en wederkerige relatie, mondige burger die zich verdedigt tegen de overheid, onderhandelende administratie, …);
  3. Wat is er typisch aan conflicten met de overheid (koude conflicten, snelle juridisering, machtspositie overheid, kloof tussen de benadering van de overheid en de leefwereld van de burger, …);
  4. Juridisch kader van de bemiddeling met de overheid, grote principes van het publiek en administratief recht (overheid kan publiekrechtelijk en privaatrechtelijk optreden, legaliteitsbeginsel, specialiteitsbeginsel, publiciteit van administratieve aktes, mogelijkheid om een akkoord te sluiten via vertegenwoordiging, waarde, wettelijkheid en uitvoering van een bemiddelingsovereenkomst, homologatie, enz.);
  5. Beleidsmatig kader van de bemiddeling met de overheid (invloed van vastgesteld beleid);
  6. Financieel kader van de bemiddeling met de overheid (budgettaire controles en beperkingen).

 

* Minimale praktische onderwerpen:

 

1. Waar lopen ambtenaren tegenaan als ze in een bemiddeling stappen ? (bv. Gebondenheid aan instructies, reflex om direct naar de regels terug te grijpen, op veilig willen spelen, persoonlijke eigenschappen die bemiddeling uitdagender maken, …);

2. Waar lopen burgers tegenaan als ze in een bemiddeling met de overheid stappen ? (bv. weinig inzicht in werking overheid, de onbeweeglijke overheid, niet verder kunnen kijken dan het individueel belang, …);

3. Wanneer is bemiddeling met de overheid al of niet aangewezen ?;

4. Enkele specifieke thema’s (naar keuze van de vormingsinstanties): bv. bemiddeling in leefmilieu en ruimtelijke ordening, in ambtenarenzaken/ in arbeidsrelaties, bij bouwprojecten met de overheid, in publieke ziekenhuizen, in het gemeenschapsonderwijs, bij handhaving, enz.

5. Te nemen voorzorgen (informatie door te geven door de bemiddelaar, verjaringstermijnen, enz.);

6. Deelname in de kosten van de bemiddeling.

 

Ter herinnering: om een erkenning te verkrijgen als bemiddelaar dient u zowel een basisopleiding (100u) als een specialisatiemodule (30/60u) met vrucht gevolgd te hebben.

 

Gelieve hierbij de beslissing met de nieuwe criteria van vorming terug te vinden.