De specialisatie

FAMILIALE ZAKEN
 

De vorming omvat de volgende items :
 

1. Recht

 

  • Huwelijk, wettelijke samenwoning, feitelijke samenwoning;
  • Echtscheiding en scheiding van tafel en bed, feitelijke scheiding;
  • Financiële aspecten en aangelegenheden met betrekking tot de kinderen (bijvoorbeeld ouderlijk gezag, persoonlijke relaties, modaliteiten van huisvesting van de kinderen, onderhoudsverplichtingen, verdeling van het vermogen, procedures, fiscale en sociale aspecten, levensonderhoud, enz.);
  • Onderhoudsverplichtingen tussen meerderjarigen;
  • Huwelijksvermogensrecht en erfrecht;
  • Gerechtelijke procedures  in familiezaken.

 

2.  Psychologie en sociologie

  • Psychologie en sociologie van de families;
  • Psychologische effecten van de familiale conflicten (lijden, rouw, enz.);
  • Familiale verhoudingen en -dynamieken (daaronder begrepen degene die voortvloeien uit de vooruitgang van de geneeskunde, meemoederschap, enz.);
  • Bijzondere situaties: geweld binnen de familie, verslavingsvormen, interculturele dimensie, nieuwe vormen van ouderschap, enz.;
  • Plaats van het kind, de jongere in de bemiddeling, enz. (waarde van het akkoord).

 

3. Bemiddeling in familiezaken

  • Specifieke vormen, begripsinhoud en oefeningen (onder meer echtscheiding en scheiding, ouderlijk gezag, huisvesting van de kinderen, recht op persoonlijke relaties, financiële aspecten (ten aanzien van de kinderen, de andere partner), verdeling van het vermogen, seniorenbemiddelling, intergenerationele bemiddeling, enz.);
  • Bemiddeling in het kader van de familiale verhoudingen (genogram);
  • Bemiddeling in bijzondere situaties: (gezinsherenigingen), geweld, mishandeling, verslaving, overlijden, culturele diversiteit, enz.;
  • Bemiddeling en jeugdbescherming;
  • Praktische oefeningen inzake bemiddeling in familiezaken.

 

4. Kennismaking met internationale familiale bemiddeling

 

BURGERLIJKE ZAKEN
 

De vorming omvat de volgende items :

 

  • Zakenrecht: mede-eigendom, rol van de syndicus, eigendomsrecht, erfdienstbaarheid, mandeligheid, stedebouwkundige aspecten, burenbemiddeling, enz.;
  • Contractenrecht : contractuele relaties, waaronder consumentenbescherming,  huur, etc.
  • Het proces van interpersoonlijke bemiddeling (pendelen, bijeenkomsten in plenum, afzonderlijke gesprekken (caucus), enz.;
  • Bemiddeling en inzet, proces / traject, houding van de bemiddelaar;
  • Groepsbemiddeling ( groepsdynamiek, bevoegdheden, leiderschap, delegeren, enz.;
  • Rol van de raadslieden van partijen inzake bemiddeling in burgerzaken;
  • Rol van de deskundigen en tussenkomende derden bij een bemiddelingsproces;
  • Praktische oefeningen inzake bemiddeling in burgerlijke zaken;
  • Kennismaking met internationale burgerlijke bemiddeling.

 

HANDELSZAKEN

 

De vorming omvat de volgende items :
 

  • Specifieke kenmerken van de bemiddeling in handelszaken (plaats van de bemiddeling, zittingen / sessies, machtposities, adviezen, caucus, meerpartijenoverleg, nieuwe technologieën, enz.);
  • Theorie en praktijk van de integratieve onderhandeling (herhaling);
  • Consumentenbescherming;
  • Exclusieve verkoopconsessies;
  • Contractuele relaties;
  • Uitdrukking van emoties in handelszaken;
  • Rol van de raadslieden van partijen inzake bemiddeling in handelszaken;
  • Rol van de deskundigen en tussenkomende derden bij een bemiddelingsproces;
  • Praktische oefeningen inzake bemiddeling in handelszaken;
  • Kennismaking met internationale commerciële  bemiddeling.

 

BEMIDDELING IN ARBEIDSRELATIES EN SOCIALE ZEKERHEID

 

De vorming omvat de volgende items :

 

  • Noties van het arbeidsrecht (individueel en collectief), de sociale zekerheid en maatschappelijke integratie (OCMW, uitkeringen voor gehandicapten, werkloosheid, ziekteverzekering, pensioen, uitkeringen, arbeidsongeval, rechten en verplichtingen van werknemers en werkgevers. Verzoeningsprocedure bij de arbeidsrechtbank en bemiddeling;
  • Groeps- en teamdynamiek in de arbeidswereld (interpersoonlijke, collectieve communicatie);
  • Naast elkaar bestaande paradigma’s (dynamische spiraal);
  • De verschillende logica's van de actoren in de organisaties en de bedrijfscultuur;
  • Terugkerend gedrag, grondbestanddelen, bronnen van conflicten op het werk;
  • Lijden op het werk (pesterijen, burn-out, enz.) en de arbeidsgeneeskunde;
  • Interpersoonlijke en collectieve conflicten op het werk;
  • Autoriteit en machtsverhoudingen;
  • Verschillende dimensies in de arbeidsomgeving:

                       - menselijk, individueel, subjectief (uitdrukking van emoties, enz.);

                       - relationeel, de uitwisselingen tussen individuen of groepen van individuen;

                       - materieel, structureel, tactisch;

                        - milieu gerelateerd;

  • Rol van de raadslieden van partijen bij de bemiddeling;
  • Bemiddeling in de arbeidsrelaties (voor – tijdens – na de procedure) – bijzondere technieken – interpersoonlijke aspecten van de communicatie;
  • Praktische oefeningen inzake bemiddeling in arbeidsrelaties;
  • Kennismaking met internationale sociale bemiddeling.

BEMIDDELING IN OVERHEIDSINSTANTIES

 

De vorming omvat de volgende items :

 

  • Veranderingen in de verhouding tussen de administratie en de burger (meer horizontale en wederkerige relatie, mondige burger, onderhandelende administratie, …);
  • Wat is er typisch aan conflicten met de overheid (koude conflicten, snelle juridisering, machtspositie overheid, kloof tussen de benadering van de overheid en de leefwereld van de burger, …);
  • Juridisch kader (overheid kan publiekrechtelijk en privaatrechtelijk optreden, legaliteitsbeginsel, specialiteitsbeginsel, waarde vaststellingsovereenkomst, aanvechtbaarheid vaststellingsovereenkomst, uitvoering  vaststellingsovereenkomst, problematiek rond het mandaat, openbaarheid van bestuur versus de vertrouwelijkheid van de bemiddeling, …);
  • Beleidsmatig kader (invloed van vastgesteld beleid);
  • Financieel kader (budgettaire beperkingen en controles);
  • Waar lopen ambtenaren tegenaan als ze in een bemiddeling stappen ? (bv. Gebondenheid aan instructies, reflex om direct naar de regels terug te grijpen, op veilig willen spelen, persoonlijke eigenschappen die bemiddeling uitdagender maken, …);
  • Waar lopen burgers tegenaan als ze in een bemiddeling met de overheid stappen ? (bv. weinig inzicht in werking overheid, de onbeweeglijke overheid, niet verder kunnen kijken dan het individueel belang, …);
  • Wanneer is bemiddeling met de overheid al of niet aangewezen ?
  • Enkele specifieke thema’s : bemiddeling in leefmilieu en ruimtelijke ordening, in ambtenarenzaken, bij bouwprojecten met de overheid, in publieke ziekenhuizen, in het gemeenschapsonderwijs, bij handhaving, enz. Voorbeelden van praktische oefeningen inzake bemiddeling in arbeidsrelaties;
  • Te nemen voorzorgen: goede informatie aan de partijen en hun raadslieden m.b.t. de specificiteit, omgaan met verjaringstermijnen;
  • Deelname in de kosten van de bemiddeling;
  • Hoe omgaan met de (on)mogelijkheid tot homologatie, tenzij strijdig met de openbare orde.

 

Ter herinnering: om een erkenning te verkrijgen als bemiddelaar dient u zowel een basisopleiding (100u) als een specialisatiemodule (30/60u) met vrucht gevolgd te hebben.

 

Gelieve hierbij de beslissing met de nieuwe criteria van vorming terug te vinden.