Homologatie van een akkoord

De website van de FBC is momenteel 'under construction'. Voor meer informatie en vragen kan u terecht op : secr.Bemiddelingscommissie@just.fgov.be

Indien u een bemiddelaar wenst in te schakelen om uw conflict minnelijk op te lossen, gelieve onze lijst van erkende bemiddelaars te consulteren op onderstaande link:

http://www.fbc-cfm.be/nl/zoeken-naar-een-bemiddelaar

1. Achtergrond

 

Het doel van de partijen bij een bemiddeling is het bereiken van een bemiddelingsakkoord.

 

Het bemiddelingsakkoord is de overeenkomst waarbij zij feiten en rechten vaststellen, die naar de toekomst toe tussen hen zullen gelden en voor hen de oplossing van het conflict belichamen. Omdat een bemiddelingsakkoord maar een overeenkomst is tussen twee partijen, heeft deze overeenkomst uit zichzelf geen uitvoerbare kracht: indien één van de partijen het akkoord niet vrijwillig uitvoert, kan op basis van het akkoord zelf de onwillige partij niet tot uitvoering worden gedwongen. Opdat het bemiddelingsakkoord uitvoerbare kracht zou krijgen, is nog een bijkomende stap vereist, nl. de homologatie van het bemiddelingsakkoord door de rechter. Het bemiddelingsakkoord wordt door minstens één partij aan de rechter voorgelegd met de vraag dit akkoord na te zien en er uitvoerbare kracht aan te verlenen.

 

Het gehomologeerde akkoord kan dan samen met de uitspraak van de rechter indien nodig aan een gerechtsdeurwaarder worden gegeven die het gerechtelijk kan uitvoeren tegen de in gebreke zijnde partij.

 

De homologatieprocedure verschilt naargelang het bemiddelingsakkoord tot stand komt in het kader van een vrijwillige dan wel een gerechtelijke bemiddeling. Bemiddelingsakkoorden die zonder begeleiding van een Erkende Bemiddelaar zijn tot stand gekomen, komen niet voor homologatie in aanmerking.  De uitvoerbaarheid van dergelijke akkoorden zal op een andere wijze moeten worden tot stand gebracht, bv. door een notariële akte.


2. Homologatie na vrijwillige bemiddeling

 

Het bemiddelingsakkoord moet tot stand gekomen zijn door de bijstand van een erkend bemiddelaar, die het mee heeft ondertekend.

 

Eén der partijen of alle partijen samen kunnen bij verzoekschrift aan de bevoegde rechter de homologatie vragen. Indien alle partijen dat samen doen, is de tussenkomst van een advocaat niet vereist. Vraagt echter één of meerdere maar niet alle partijen samen de homologatie aan, dient het verzoekschrift te zijn ondertekend door een advocaat.

 

Bij het verzoekschrift tot homologatie moet het bemiddelingsprotocol worden gevoegd en het bemiddelingsakkoord.  Die documenten worden neergelegd ter griffie van de rechter die bevoegd zou zijn indien het conflict voor de rechtbank zou zijn gekomen. In de meeste gevallen is dat de Rechtbank van Eerste Aanleg.  Bepaalde rechtsmateries moeten echter verplicht aan een andere rechter worden voorgelegd, zoals bv. huurgeschillen, die aan de Vrederechter moeten worden voorgelegd.

 

Wel kunnen partijen in onderlinge overeenkomst de territoriaal bevoegde rechter aanduiden. De rechter moet nazien of het bemiddelingsprotocol aan de wettelijke voorwaarden voldoet, of de bemiddelaar inderdaad erkend is, en of het bemiddelingsakkoord niet strijdig is met de openbare orde of de belangen van minderjarige kinderen schaadt. De rechter doet dit nazicht in Raadkamer, in principe in afwezigheid van de partijen, op basis van de voorgelegde documenten.

 

Wil de rechter bijkomende uitleg, kan hij vragen dat de partijen die bij hem komen geven.  Daarbij kunnen de partijen elkaar ontslaan van hun wettelijke vertrouwelijkheidsverplichting over hetgeen er in het kader van de bemiddeling werd gezegd.

De homologatiebeslissing heeft dezelfde waarde als een akkoordvonnis.

De kosten die met een homologatie gepaard gaan, bestaan uit het rolrecht voor het verzoekschrift, 52,00 EUR (27,00 EUR voor de Vrederechter).

Staat de rechter de homologatie toe, levert de griffie tegen betaling van 2,85 EUR per blad (1,50 EUR voor de Vrederechter)  een uitvoerbare titel genaamd "expeditie" van die homologatiebeslissing af waarmee de gerechtsdeurwaarder tot dwanguitvoering kan overgaan.


3. Homologatie bij gerechtelijke bemiddeling

 

Gerechtelijke bemiddeling vindt plaats in het kader van een voor de rechter hangend geding. Op vraag van de partijen stelt de rechter in een tussenvonnis een Erkende Bemiddelaar aan. Bereiken de partijen een bemiddelingsakkoord kunnen zij dat samen of apart voorleggen aan de rechter die met de behandeling van de zaak belast is.  Die rechter doet dan hetzelfde nazicht als bij een vrijwillige bemiddeling, nl. van bemiddelingsprotocol en bemiddelingsakkoord en heeft dezelfde bevoegdheid om de partijen te horen.

 

Staat hij de homologatie toe, dan is het geding voorbij en levert de rechter een akkoordvonnis af dat door de gerechtsdeurwaarder gerechtelijk ten uitvoer gelegd kan worden.

Rolrechten zijn hier niet verschuldigd omdat het geding reeds aanhangig werd gemaakt bij de rechter en in het kader van die aanhangigmaking het rolrecht werd voldaan.

De partij die het akkoordvonnis gerechtelijk wil ten uitvoer leggen, moet wel nog betalen voor de uitvoerbare titel, - de expeditie, - van het akkoordvonnis.


4. Homologatie bij "vrije" bemiddeling

 

Bemiddelingen die niet met bijstand van een Erkende Bemiddelaar gebeuren, worden gemakkelijkheidshalve als "vrije" bemiddelingen aangeduid.

 

Het akkoord dat uit een dergelijke bemiddeling voortkomt, kan niet door de rechter worden gehomologeerd. 

 

Willen partijen toch uitvoerbare kracht geven aan hun akkoord, kunnen zij zich samen tot een notaris wenden, die aan hun akkoord de vorm van een notariële akte zal geven.  De notaris kan een uitvoerbare titel van de notariële akte afleveren en zo een notariële akte is uitvoerbaar door een gerechtsdeurwaarder.